De Grand Prix van Monaco uit 1996 is zo’n race die je je in je stoutste dromen nog niet voor mogelijk had gehouden. Lees hieronder waarom het de moeite waard is om eens terug te kijken naar deze race, als je tenminste iets met Formule 1 hebt.
Chaos in het rijkeluis staatje Monaco
Monaco staat het langst op de Formule 1 kalender, sinds 1950 om precies te zijn. In het jaar 1996 debuteerde Schumacher bij de Ferrari renstal als regerend wereldkampioen(Benetton-Renault). Het introductie jaar 1996 bij Ferrari zou een moeizaam jaar betekenen; De auto was vaak onbetrouwbaar en miste snelheid ten opzichte van de snaar strakke Williams Renault, bestuurd door Damon Hill en Jacques Villeneuve. In Monaco komt het minder aan op de snelheidsverschillen en is het vooral de taak aan de capaciteiten van de rijder om zo hoog mogelijk te eindigen tijdens de kwalificatie op zaterdag. Schumacher reed in 1996 naar pole position en eindigde vóór rivaal Damon Hill die op plaats 2 eindigde. Direct daarachter startte Jean Alesi op 3, de oude auto van Schumacher. De Benetton Renault. Vader van Max Verstappen; Jos Verstappen , die reedt in zijn Footwork-Hart naar een knappe twaalfde stek. Dat was gezien zijn beschikbare materiaal, Een redelijk chassis met matige Ford klanten V8, een goede startpositie. Zeker als je bedenkt dat hij voor de uiteindelijke race winnaar stond gekwalificeerd.
De race op zondag 19 mei 1996 was grijs en grauw van de regen. De racebaan in het ministaatje Monaco was spekglad. David Coulthard kreeg de condens niet uit zijn helm door de vele regen tijdens de warm-up en vroeg aan Schumacher om één van zijn helmen te lenen tijdens de race. Het was een voorbode voor een zacht gezegd chaotische dag. Voor het startsein op groen ging stonden er zo twee Schumachers aan de start, één in de Ferrari en één in een McLaren. De rest wat er daarna kwam is geschiedenis.